Met een betraand gezicht drukt zij het kleine dode hondenlijfje tegen het geëlektrocuteerde dier dat aan haar jas vastgenaaid zit. De vergeelde dode snuit van het hondje zakt weg in de dikke pels van wat ooit een vos, wasbeer of misschien zelfs een hond was. Haar lange laknagels strelen liefkozend door de krullerige vacht op het stijve dode vlees.
“Ze was een echte vriendin” verzucht ze.
Haar vriendin geeft haar een korte begrijpende knik terwijl ze opstaat van de met koeienhuiden vervaardigde bank en richting keuken loopt om witte puntjes met een lekkere laag boter en filet Americain te besmeren.
“Wanneer je de mensen leert kennen ga je van de dieren houden” roept ze vanuit de keuken.
Dat is waar. Wat was ze teleurgesteld geweest, in mensen. De komst van Luna had veel veranderd. Vliegvakanties naar Benidorm waren verruild voor vakanties met de caravan, dan kon Luna mee. Zij en Luna waren onafscheidelijk geweest. Genoten van het leven hadden ze; chocolade en ossenworst, ze was er dol op. Nu werd haar dikkige lijfje stilaan kouder en stijver. Ze had een mooi plekje gereserveerd op de dierenbegraafplaats, een mooie witte steen zou er komen, met sierlijke gouden krulletters. Een waardig einde voor een trouwe vriendin, ieder dier verdiende een mooi leven en waardig einde mijmerde ze terwijl haar tanden door deeg, filet americain en boter gleden.
In Guanyuang zit een hond in een draadstalen kooi in een koude natte ruimte. Hoge krijsen komen hard binnen en paniekerig krabt hij zijn poten kapot aan de tralies in een poging te ontsnappen. Dagen zit hij hier al, geen eten, geen drinken, pijnlijke poten van het natte koude traliewerk. Een man met regenkleding aan en rubber handschoenen komt naar hem toe, hij bedenkt zich ineens dat hij wellicht aangehaald gaat worden en kwispelt verwachtingsvol. De rubber handschoen graait in de kooi, grijpt hard en ruw zijn nekvel vast en kluistert in een snelle beweging zijn vier poten aan elkaar. 0Nog voor hij zijn stem heeft weten te vinden voelt hij een mes door de huid van zijn rug glijden en handen de vacht van zijn nog levende lichaam trekken. De pijn is zo overweldigend en intens dat zijn stem zijn mond niet meer bereikt, zijn skelet omhuld met spieren en vlees en ontdaan van zijn vacht ligt op de stervende lichamen van andere honden.
En terwijl zijn ogen langzaam een waas krijgen, en zijn mond happende bewegingen maakt in een vruchteloze poging geluid te laten ontsnappen begint zijn vacht aan een nieuw leven, in een nieuw land, om een warme hals onder een betraand gezicht dat een kleine dode hond liefkozend kust. Ieder dier verdient een mooi leven en waardig einde mijmert het gezicht.
casinocommunity
It’s too bad to check your article late. I wonder what it would be if we met a little faster. I want to exchange a little more, but please visit my site casinocommunity and leave a message!!